Wetenschap en Technologie?!

Lessen Wetenschap & Technologie

Lampje Als onze verre voorouders niet nieuwsgierig waren geweest, liepen wij nu nog steeds in een dierenvelletje rond!
Het vak wetenschap en technologie wil de nieuwsgierige houding van kinderen stimuleren.
Met W&T-lessen willen we ervoor zorgen dat leerlingen (weer) verwonderd raken, nieuwsgierig zijn en op onderzoek gaan.

Waarom?Vraagtekenpraatwolk links1
Van nature beschikken kinderen over een nieuwsgierige houding.
Iedereen kent wel het voorbeeld van een jong kind dat maar vragen blijft stellen (waarom?).
Naarmate kinderen ouder worden, verdwijnt de verwondering steeds meer naar de achtergrond en worden er steeds minder vragen gesteld.
W&T-lessen willen die verwondering weer terug brengen.
Er worden daarom in de lessen veel vragen gesteld.
Wat zie je? Waarom is dat zo? Hoe kunnen we dat verbeteren?
Tijdens de lessen wordt bovendien veel met elkaar samengewerkt.
Samen kom je tot betere ideeën dan alleen.

De kinderen op OBS Multatuli krijgen lessen onderzoekend en ontwerpend leren.

Hypothese van een onderbouwleerling

Onderzoekend leren
Een vraag die uit nieuwsgierigheid is ontstaan, wordt onderzocht. In een experiment gaan kinderen op zoek naar een antwoord op de onderzoeksvraag.
Kinderen doen eerst een voorspelling (hypothese), wat denken zij dat er uit het onderzoek komt?
Het belangrijkste is om kinderen aan het denken te zetten, wat zou er kunnen gebeuren?
Goed of fout is niet belangrijk, als je maar kunt vertellen waarom je iets denkt.

Na de voorspelling wordt het onderzoek uitgevoerd.
Tijdens het onderzoek observeren de leerlingen: wat zie ik?
Leerlingen leren verbanden waar te nemen (als… dan… of, eerst zag ik…, daarna…). Bijvoorbeeld: ik zag dat het plantje in het donker, een lange, gele stengel heeft gekregen!
De hypothese wordt getoetst: wat ik nu zie, had ik dat verwacht?

De derde stap, ontdekken, is de link tussen werkelijkheid en theorie: hoe kan hetgeen ik gezien heb, verklaard worden?
Er is aandacht voor begripsvorming: wat weet ik nu? Leerlingen in de bovenbouw hebben bijvoorbeeld geobserveerd dat er druppels op een koude deksel ontstaan, als een ijsklontje in een pan wordt verwarmd. In de derde stap wordt uitgelegd hoe deze observatie verklaard kan worden aan de hand van moleculen.

In de laatste stap, nieuwsgierig, wordt de onderzoekende houding van de leerling verder gestimuleerd.
Een antwoord leidt immers vaak weer tot nieuwe vragen: nu ik dit weet, hoe zit het dan met…?

Bij het onderzoekend leren wordt veel aandacht besteed aan onderzoeksvaardigheden als observeren, voorspellen en redeneren.
Door op onderzoek te gaan, leren kinderen ook kritisch nadenken.
Is dit wel echt zo? Dat zoeken we uit!

De leerkracht heeft vooral de rol van vragensteller en zet leerlingen, samenwerkend, aan het denken.
Een les onderzoekend leren kan ook worden ingezet om kennis aan te leren of toe te passen. Denk bijvoorbeeld aan experimenten rondom water. Tijdens het onderzoek ontdekken de kinderen dingen waardoor ze de wereld beter begrijpen.

Leerlingen hebben met stickers hun favoriete ideeën gekozen.

Ontwerpend leren
Een probleem vraagt om een oplossing!
Het probleem kan op verschillende manieren opgelost worden, waardoor er veel ruimte is voor creatief denken.
Voordat leerlingen daadwerkelijk aan de slag gaan met het maken van een oplossing voor een probleem, verzamelen ze in groepjes ideeën. Waar moet de oplossing aan voldoen?
Leerlingen worden uitgedaagd om out of the box te denken. Hoe zou Spiderman bijvoorbeeld het probleem oplossen?

Ideeën verzamelen stimuleert de verbeeldingskracht van kinderen, ze proberen iets voor zich te zien wat er nog niet is.

Uiteindelijk kiezen de leerlingen samen een ontwerp.
Dit ontwerp wordt vervolgens ook samen uitgevoerd of gemaakt.
Tijdens het maken wordt de oplossing (het prototype) voortdurend getest en waar nodig verbeterd.

Leerlingen kunnen zelf ontdekken of het bedachte ontwerp in de praktijk werkt.
Ze leren daardoor omgaan met tegenslag (hmm, het gaat niet zoals ik had verwacht…) en hun doorzettingsvermogen wordt aangesproken.

Gedurende het hele proces kunnen de leerlingen zelf bepalen, de oplossing staat niet van tevoren vast. Door de autonomie en de invloed die de leerling daarmee heeft op het eindproduct, kan de leerling een gevoel van competentie ervaren (ik kan het zelf!).
Aan het eind van het proces, presenteren de leerlingen hun prototype.